Een plexusblokkade is een vorm van plaatselijke verdoving waarbij een groep zenuwen in de hals of schouder tijdelijk wordt uitgeschakeld. Deze zenuwen, samen bekend als de plexus brachialis, sturen normaal de signalen van de schouder, arm en hand naar de hersenen. Door deze zenuwbanen tijdelijk te blokkeren, voelt de patiënt geen pijn tijdens en kort na een schouderoperatie.
De verdoving wordt uitgevoerd door een anesthesioloog of pijnspecialist, die een kleine hoeveelheid verdovingsmiddel inspuit in de buurt van de zenuwen. Daardoor worden de pijnsignalen tijdelijk onderbroken en ontspannen de spieren in het schoudergebied.
Wanneer wordt een plexusblokkade toegepast?
Een plexusblokkade wordt vaak gebruikt bij operaties aan de schouder of het sleutelbeen. Ze kan zowel alleen als in combinatie met algemene verdoving worden toegepast. Typische ingrepen waarbij deze techniek gebruikt wordt, zijn onder andere:
- Plaatsing van een schouderprothese
- Herstel van de rotator cuff (peesherstel)
- Behandeling van schouderinstabiliteit
- Artroscopische (kijk)operaties
- Behandeling van breuken aan schouder of sleutelbeen
Soorten plexusblokkades
Er bestaan verschillende manieren om de zenuwen rond de schouder te verdoven, afhankelijk van de exacte locatie van de operatie:
- Interscalenale blokkade:
De verdoving wordt toegediend tussen de halsspieren, dicht bij het zenuwnetwerk. Dit kan tijdelijk ook invloed hebben op de aansturing van de schouderspieren. - Supraclaviculaire blokkade:
De verdoving wordt geplaatst net boven het sleutelbeen, waar de zenuwen richting arm en schouder lopen. Hierbij wordt enkel het gevoel geblokkeerd.
De blokkade zorgt ervoor dat de ingreep comfortabel kan verlopen en dat de pijn ook na de operatie beperkt blijft.
Voordelen voor de patiënt
Het gebruik van een plexusblokkade biedt verschillende voordelen bij schouderchirurgie:
- Betere pijnstilling tijdens de ingreep
De patiënt voelt geen pijn, soms zelfs zonder volledige narcose. - Minder behoefte aan algemene anesthesie
Dit kan gunstig zijn voor patiënten die liever geen narcose krijgen of waarbij dit medisch afgeraden wordt. - Comfortabel herstel
De verdoving werkt vaak nog enkele uren tot een dag na de operatie, waardoor de eerste herstelperiode aangenamer verloopt. - Snellere revalidatie
Minder pijn betekent dat de patiënt meestal sneller kan starten met kinesitherapie, wat het herstel ten goede komt.
Mogelijke risico’s en bijwerkingen
Hoewel een plexusblokkade over het algemeen veilig is, kunnen er – zoals bij elke medische ingreep – zeldzame bijwerkingen optreden:
- Lichte blauwe plekken of pijn op de injectieplaats
- Tijdelijke gevoelloosheid of spierzwakte in arm of schouder
- Onvolledige werking van de verdoving
- In zeldzame gevallen: tijdelijke ademhalingsmoeilijkheden of infectie
Deze verschijnselen zijn meestal tijdelijk. De arts bespreekt vooraf steeds de mogelijke risico’s en neemt de nodige voorzorgsmaatregelen.
Na de operatie
Na de ingreep blijft het verdovende effect nog enkele uren aanwezig. Zodra het gevoel in de arm terugkeert, kan lichte napijn optreden, die behandeld wordt met aangepaste pijnmedicatie.
De revalidatie start meestal kort na de operatie, onder begeleiding van een kinesist. Deze helpt om de beweeglijkheid en kracht van de schouder geleidelijk te herstellen. Het herstelproces verschilt per patiënt en type operatie, maar duurt doorgaans enkele weken tot maanden.
Veelgestelde vragen
Is een plexusblokkade altijd nodig bij schouderchirurgie?
Niet altijd, maar de techniek wordt vaak aanbevolen omdat ze zorgt voor een comfortabeler herstel en minder pijnmedicatie.
Hoe lang werkt de verdoving?
Gemiddeld blijft de blokkade zes tot twaalf uur actief, afhankelijk van het type verdovingsmiddel.
Doet de injectie pijn?
De prik kan even ongemakkelijk aanvoelen, maar daarna is de schouder volledig verdoofd.
